Magazines / Nr 02 2017

Nr 02 2017

Lessen in chauvinisme

Voetballers moeten ze ons niet meer geven, maar we kunnen wel nog iets anders van onze noorderburen leren. Dat aangeboren chauvinisme mag op de bescheidener Belg dan wel niet altijd de beste indruk maken. Toch zou een sprokkeltje trots op eigen ver- wezenlijkingen zeker niet misstaan in onze contreien. Want als het op de maakindustrie aankomt, hebben we heel veel om trots op te zijn. Niet in het minst om onze innovatiekracht, in producten en processen. En dat schuilt niet alleen in grote revoluties die de wereld op zijn kop zetten. Die komen trouwens maar een paar keer in een mensenleven voor. Neen, de ware innovatiekracht van een industrie zit hem in die kleine en grote verbeteringen die haar net dat streepje voor geven op concurrenten. In het bedenken van nieuwe ideeën. In het samenbrengen van mens en machine. In het steeds met een frisse blik blijven kijken naar verworvenheden uit het verleden.

Het lijstje met Belgische Nobelprijswinnaars mag dan vrij kort zijn, net voldoende voor een elftal zonder bankzitters, toch kwamen we de voorbije eeuwen met talloze uitvindingen op de proppen. Van asfalt en kunststof, over de oerknaltheorie en rolschaatsen tot de saxofoon en de verbrandingsmotor, en ja zelfs de huidige anticonceptiepil. We brengen als maakindustrie echter te weinig naar buiten wat onze grootste verwezenlijkingen vandaag zijn. Enerzijds ingegeven door de vrees voor het namaakgedrag van de concurrentie, maar anderzijds ontbreekt die trots, dat besef van wat voor geweldig huzarenstukje er net op de mat gelegd is. Agoria en Sirris willen daar verandering in brengen. Elk jaar wikken en wegen zij Belgische bedrijven om de zien welke fabrieken al het verst gevorderd zijn op weg naar de productie van de toekomst. Ook dit jaar ontdekten zij weer enkele parels aan de kroon van onze industrie. Vijf bedrijven werden in de bloemen en in de kijker gezet met een Factory of the Future Award. Ze dienen als voorbeeld van hoe automatisatie en werkgelegenheid hand in hand gaan. Hoe snel nieuwe technologie omarmen een concurrentieel voordeel kan bieden. Hoe verandering een zaak van iedereen is. Hoe goed we zijn.

Een van die grote technologische beloftes zijn de cobots, collaboratieve robots die in alle maten en vormen doorbreken. Het hoeft niet te verwonderen dat één van die Factories of the Future, Valeo, de grootste cobotwerkgever van het land is. De laatste nieuwe telg is trouwens de éénarmige Baxter die bij Sirris aan de slag gaat. Geen slechte start dus voor cobots, maar het kan nog beter. Zeker als we naar de buurlanden kijken. Al hoeft echt niet elke ondernemer wakker te liggen van waar hij ze in zijn productieproces kan inpassen. In vele bedrijfscases zal een industriële robot nog steeds het beste rendement opleveren qua productiviteit. Zoals met elke hype, moet men door de zeepbel heen prikken en aan de praktische realiteit toetsen. De technologie mag dan wel intrinsiek veilig zijn bijvoorbeeld, ook de toepassing moet dat label kunnen dragen. En daar komt soms meer bij kijken. Het is dus zaak om de keuze te maken die de meeste meerwaarde biedt. Maar dat er bijzonder veel potentieel ligt voor deze robots om de mens centraal te zetten in Industrie 4.0 ligt onomstotelijk vast. De Factories of the Future zijn er het mooiste bewijs van.

Veel leesplezier!

Valérie Couplez

Ik wil graag een proefexemplaar of abonnement.

Ik wil graag een: